Sociaal

Op sociaal vlak waren er twee grote bevolkingsgroepen. Enerzijds was er de adel of de bestuurselite, anderzijds het gewone volk. De verschillende functies binnen de elite en het gewone volk worden bij het hoofdstuk ‘politiek’ besproken.

Adel

Sapa Inca

De Sapa Inca was de vorst. Hij werd beschouwd als god op aarde. Men geloofde immers dat hij de rechtstreekse afstammeling was van de zonnegod Inti. Daardoor leefde hij in grote luxe. Hij huwde als enige met zijn eigen volle zus omdat zijn eerste vrouw van hoge rang moest zijn. De eerste vrouw van de Sapa Inca werd de ‘Coya’ genoemd. Daarnaast had hij ook nog heel wat concubines of bijvrouwen.

Sapa Inca op de troon.

Elke dag zat hij op zijn gouden troon. Wanneer hij spuugde of wanneer er een haar van hem  uitviel, was er altijd een dienares aanwezig die zijn speeksel opving en zijn uitgevallen haar op at. Wanneer de Sapa Inca stierf, rouwde heel het rijk.

De adel die koninklijk bloed had, werden verdeeld in panacas.

Panacas

Behalve de troonopvolger, vormden alle andere zonen van de vorst de panacas. Wanneer de vorst zou sterven, waren zij een nieuw koninklijk geslacht dat zou geleid worden door een broer van de nieuwe vorst. Men trouwde ook binnen de vierde graad van verwantschap. Huwelijken met nakomelingen of voorouders waren verboden. Vaak huwde men dan de eigen halfzus, die van dezelfde vader was. Zo bleef hun koninklijk bloed zuiver.

Apu’s

Apu’s behoorden tot de hoogste adel en hadden meestal een nauwe bloedverwantschap met de Sapa Inca. Ze werden aangesteld als prefecten.

De adel of de bestuurselite werden rijk door twee belangrijke dingen. Enerzijds door de opbrengst van de goederen uit de opslagplaatsen.  Anderzijds door de stukken grond die het gewone volk voor hen bewerkte. Ze waren vrijgesteld van belastingen.

Wanneer ze op bezoek gingen bij de Sapa Inca, namen ze altijd geschenken mee. Hierdoor kregen ze zelf nog meer luxegeschenken zoals stukken grond, goud…

Curacas

Curacas waren mannen die vaak de leiders waren van volkeren die veroverd waren. De kinderen van hen werden naar Cuzco gehaald om de Incacultuur te leren. Zo konden ze hun vader opvolgen.

Gewone volk

Het gewone volk was verdeeld in ayllus; een gemeenschap/stam. Deze hadden een eigen administratieve én religieuze eenheid.

Men was verplicht om te trouwen met iemand die uit dezelfde ayllu kwam. Het was immers verboden om iemand te zoeken die van een andere ayllu afkomstig was. Binnen de verschillende ayllus deed men nooit aan incest. Met je eigen zus of broer trouwen was een misdaad.

Het gewone volk was verplicht om belastingen te betalen en moest heel hard werken. Naast het werk op de akkers, konden boeren opgeroepen worden om in totaal 5 jaar voor de staat te werken.

 Camayocs

De camayocs behoorden ook tot het gewone volk. Zij waren meestal ambachtslieden die luxeproducten maakten, wevers of boekhouders. Ook zij werden onderhouden met goederen uit de opslagplaatsen van de Sapa Inca. Ze werden tewerkgesteld door de curaca’s (zie politiek).

Naast de camayocs kon het gewone volk nog onderverdeeld worden in twee categorieën die aanhoudend voor de elite en de overheid moesten werken; de yanas en de acllacuna. In ruil daarvoor werden ze onderhouden door de opslagplaatsen van de overheid.

Yanas

Yanas werden ook wel de ‘eeuwige knechten’ genoemd. Zij waren vaak zonen van krijgsgevangenen en andere misdadigers. Deze status was erfelijk. Sommige yanas moesten op de gronden van de Sapa Inca gaan werken of  tempels bouwen terwijl anderen gewone ambachtslieden, beheerders of bewakers van de opslagplaatsen waren. Binnen de groep van de yanas heerste er dus ook ongelijkheid.

Acllacuna

Dit waren vrouwen die gekozen werden omwille van hun schoonheid. Functionarissen gingen de meisjes uitkiezen wanneer ze ongeveer 10 jaar oud waren. Heel wat meisjes werden meteen geofferd. De andere meisjes werden in Cuzco voor vier jaar opgeleid in huiselijke taken. Daarna kregen de adel en belangrijke militairen hen. Ze konden ook de concubine of ‘bijvrouw’ van de Sapa Inca of Zonnemaagden worden ( zie godsdienst).

Bronnen:

KENDALL A., Everyday life of the Inca’s p. 47- 64

 THOMAS, W., Geschiedenis van precolumbiaans en koloniaal Latijns-Amerika, Cursus, Katholieke Universiteit Leuven, departement geschiedenis, 2010

Afbeelding Sapa Inca: WOOD T., De Inka’s, p. 10

In de opslagplaatsen werden de landbouwproducten die op de gronden gewonnen werden en andere goederen zoals geweven kledij, giften en dergelijke opgeslagen.