Politiek

Bestuur

Sapa Inca

De Sapa Inca was de allerbelangrijkste persoon. Hij was de leider over heel het rijk, op alle mogelijke vlakken. Wat hij zei was wet. Hij was immers de plaatsvervanger van god op aarde.

Apu’s

Na de Sapa Inca waren de vier apu’s , ook wel prefecten genoemd, de belangrijkste personen. Zij stonden de Sapa Inca met raad en daad bij. Er waren vier apu’s of prefecten. Dit kwam omdat het Incarijk in vier delen of suyu’s verdeeld was. Hun positie was niet erfelijk.

Tocricoc Apu’s

Tocricoc Apu’s of provinciale gouverneurs hadden zowel rechterlijke als bestuurlijke bevoegdheden. Ook zij waren van adel en soms verwant aan de Sapa Inca. Zij waren baas over de belastingsbetalers of de gezinshoofden en moesten toezien op twee belangrijke aspecten. Enerzijds moesten ze ervoor zorgen dat de gezinshoofden de wetten volgden, anderzijds moesten ze waken over de provincie waar ze tewerkgesteld waren en alles in goede banen leiden.

Curaca’s

Binnen een bepaalde provincie waren er verschillende curaca’s. Binnen deze groep heerste er een hiërarchie (zie piramide).

Camayocs

Een camayoc was een regionale bestuurder. Deze werden aangewezen door de curaca’s en waren aansprakelijk. Ook bij de camayocs heerste er een hiërarchie (zie piramide).

Gezinshoofden

Gezinshoofden moesten hun stuk grond bewerken en hun gezin onderhouden. Daarnaast konden ze opgeroepen worden om mee te werken aan openbare werken of om het leger te dienen. Zij moesten belastingen betalen in natura.

Incawetten

Men kende heel wat wetten in de samenleving. Omdat de Inca’s geen schrift kenden, legde men alle wetten vast in quipu’s. Deze zijn een soort van koorden waar men knopen in legde om informatie weer te geven. Ze kunnen vergeleken worden met telramen.

Quipu.

Agrarische wetten

Hier vond men informatie terug over de landverdeling en hoe men moest presteren op de akkers. Ook informatie over de openbare werken waar de boeren zich verplicht aan moesten houden wanneer ze opgeroepen zouden wordenn stond hierin.

Wet op de broederschap

Deze wet voorzag dat elke boer zijn broeder/ naaste moest helpen in de arbeid.

Stedelijke wetten

De rechten van elke stam werden vastgelegd. Zo wist elke stam wat wel en niet mocht.

Mitachanacuy

Dit was een wet die de verdeling van de arbeid regelde. Deze zorgde ervoor dat alle arbeid eerlijk verdeeld werd over elk gezin.

Gezinswetten

De gezinswet eiste dat iedere bewoner bepaalde taken op het veld of in het huishouden op zich nam. Deze wet stimuleerde de arbeid. Daarnaast werd in deze wet ook het bezit van goederen en de standaardpeil van de persoonlijke hygiëne vastgelegd. Deze twee konden gecontroleerd worden door inspecteurs.

 Armenwet

Men voorzag dat zowel armen waar vaak invaliden en bejaarden toe behoorden, voedsel en kleding kregen die uit de opslagplaatsen van de Sapa Inca te verkrijgen waren.

Er was ook nog een wet die er op wees dat reizende ambtenaren overal gratis mochten verblijven.

Iedereen was op de hoogte van alle wetten en wist wat wel en niet mocht. Men wist ook welke straffen er bestonden. Hierdoor probeerde bijna iedereen alle wetten goed na te leven.

Straffen

Wie zich niet aan al de wetten hield, werd gestraft. Men zag een misdaad als een aanslag op de Sapa Inca en dus ook op Inti, de zonnegod. De graad van de straf was afhankelijk van de misdaad of de overtreding.

Inwoner die gestraft wordt.

Wanneer iemand voor de eerste keer een kleine misdaad gepleegd had, werd deze vaak gestraft met een kleine berisping. De tweede keer kon de misdadiger worden opgehangen, van rotsen afgeduwd of gestenigd worden!

Misdadiger die van een rots afgeduwd wordt.

Voor moord, diefstal of inbraken, kreeg men meteen de doodstraf. Ook luie mensen kregen deze straf! De Inca’s moesten hard werken en luiheid werd helemaal niet getolereerd.

De rechtbanken waren niet erg democratisch. Zo werd een persoon die van adel was minder streng gestraft dan iemand die tot de gewone bevolking hoorde.

Leger

Hiërarchie binnen het leger

Binnen het leger van de Inca’s zaten zowel beroepssoldaten als soldaten die daarnaast ook gewone boeren waren. De beroepssoldaten waren met ongeveer 10.000 man. Zij waren de lijfwachten van de Sapa Inca. De boerensoldaten konden opgeroepen worden om te gaan vechten.

Net zoals er een hiërarchie op sociaal en politiek vlak was, kende men dit ook binnen het leger. Zo was er bijvoorbeeld de ‘chungacamayoc’. Hij was commandant over tien mannen en moest ervoor zorgen dat deze mannen goed opgeleid werden, goede legerkleding, wapens en voedsel kregen. Boven de ‘chungacamayoc’ stond de ‘Picha chungacamayoc’. Hij was commandant over 50 mannen en moest de taken van de chungacamayoc gaan controleren en coördineren. Naast deze twee functies waren er nog tal van andere commandanten, bevelhebbers…

In onderstaande lijst vind je de volledige hiërarchie binnen het leger terug.

Apusquiprantin

adjudant van de opperbevelhebber

Apusquipay

opperbevelhebber

Hatun Apuratin

plaatsvervangende bevelhebber over 5000 mannen

Hatun Apu

generaal over 5000 mannen

Apuratin

plaatsvervangende bevelhebber over 2500 mannen

Apu

bevelhebber over 2500 mannen

Guaranga Camayoc

commandant over 1000 mannen

Pachaca Camayoc

commandant over 100 mannen

Picha Camayoc

commandant over 50 mannen

Chungacamayoc

commandant over 10 mannen

 

Voorbereiding op de strijd en de strijd zelf

Wanneer de oorlog uitbrak, werden alle soldaten opgeroepen en volgens hun ayllus (stammen) ingedeeld. Daarna trok men ten strijde. Nog voor de soldaten zelf ter plekke waren, gingen er ambassadeurs naar het strijdveld. Zij probeerden de strijd nog te voorkomen door de vijand geschenken te beloven wanneer zij zich zouden overgeven. Wanneer de andere stam hier niet naar wilde luisteren begon de ambassadeur met de ergste maatregelen te dreigen.

De Inca’s begonnen hun vijand  al aan te vallen wanneer ze deze in de verte zagen. Hiervoor gebruikten ze hun slingers. Hun leger ging altijd genadeloos in de aanval, zonder enige tactiek.

Er waren veel kleinere stammen die zich nog snel overgaven wanneer ze het imposante Incaleger zagen. Er waren dus ook heel wat veroveringen behaald door diplomatie.

Wanneer er toch gevochten werd, bleef men onder begeleiding van de krijgsmuziek vechten tot één van de twee strijdende partijen gewonnen was.

Vrijwel alle slagen werden door de Inca’s gewonnen omdat ze altijd in de meerderheid waren en door het vuur voor hun eigen volk gingen.

Overwinning

Wanneer de Inca’s hun strijd gewonnen hadden, werden heel wat vijanden afgeslacht. Als er een belangrijke vijand gedood was, werd van zijn hoofd vaak een met goud beslagen drinkbeker gemaakt. Daarnaast vilden men sommige slachtoffers en maakte men een trommel in de vorm van een mensenlichaam! De Inca’s konden dus ook heel wreed zijn.

Drinkbeker

In sommige gevallen, liet men de vijand wel leven op voorwaarde dat ook zij de zonnegod zouden gaan vereren. De leider van een bepaalde stad of dorp werd of gedood of naar Cuzco gestuurd om op geleid te worden tot een volwaardig Incabestuurder.

De Inca’s hadden ook een systeem voor veroverde steden die toch nog in opstand zouden kunnen komen, bedacht; mitima. Men deporteerde groepen naar een ander deel van het rijk en deze mochten nooit meer terugkeren. Het was een goed systeem om alle mogelijke weerstand definitief te breken. Zo slaagden de Inca’s er in om hun rijk volledig bij elkaar te houden.

Wapenuitrusting en bewapening

De Inca’s beschermden zichzelf door tunieken te dragen die vervaardigd waren uit gevoerde katoen, wat vrij dik was. Ze beschermden hun rug door houten platen die gemaakt werden van chonta-hout.

Daarnaast droegen sommige soldaten ook helmen van hout of gevlochten riet. Men droeg houten schilden die van overtrokken waren met dierenhuiden.

Bovenaan: de slinger / Onderaan: twee knotsenAardewerk gemaakt in de vorm van een strijder met een slinger in de hand

De soldaten hadden knotsen. Deze waren ongeveer een meter lang en had aan het uiteinde een bronzen of stenen stervormige kop. Daarnaast hadden ze ook speren en zwaarden die uit zeer sterk hout gemaakt werden. Om hun vijand op een langere afstand aan te vallen, gebruikten de Inca’s slingers. Men was dus zeer goed uitgerust, zowel op organisatorisch vlak als op vlak van uitrusting en bewapening.

Krijger met slinger en schild.

Opslagplaatsen

Omdat de soldaten voedsel en drank nodig hadden, werd er ten tijde van de oorlogen altijd aan bevoorrading gedaan. De troepen namen vaak voorraden op lama’s mee maar dit volstond niet als men ver moest reizen.

Men had speciale opslagplaatsen waar men dit voor hen voorzag; qollas. In deze qolla’s lag vooral geconserveerd voedsel. Zo moesten de soldaten hun eten niet meer koken. Naast opslagplaatsen die van voedsel voorzien waren, bestonden er ook opslagplaatsen die van kleding en militaire uitrustingen voorzien waren.

In vredestijd konden deze opslagplaatsen gebruikt worden om hongersnood tegen te gaan.

Bronnen:

KENDALL A., Everyday life of the Inca’s, p. 52- 63

THOMAS, W., Geschiedenis van precolumbiaans en koloniaal Latijns-Amerika Cursus, Katholieke Universiteit Leuven, departement geschiedenis, 2010

Afbeelding piramide: KENDALL A., Everyday life of the Inca’s, p. 7

KENDALL A., Everyday life of the Inca’s, p. 52

MALAM J., Sporen uit het verleden de Inca’s, p. 16-17

Afbeelding quipu: internet (http://nl.wikipedia.org/wiki/Khipu)

WOOD T., De inka’s, p. 12-13

Afbeelding bestraffing: WOOD T., De Inka’s, p. 12

Afbeelding misdadiger rots: WOOD T., De Inka’s, p. 13

KENDALL A., Everyday life of the Inca’s, p. 89-102

WOOD T., De Inka’s, p. 36-37

Afbeelding drinkbeker: WOOD T., De Inka’s p. 37

Keihard hout dat uit het regenwoud afkomstig was.

Afbeelding wapens: WOOD T., De Inka’s, p.36

Afbeelding aardewerk: DREW D., Het leven van de Inca’s, p. 21

Afbeelding krijger: DREW D., Het leven van de Inca’s, p. 21