Geografie en klimaat

 Ligging

Langs de Stille Oceaan, aan de westkust van Zuid-Amerika, ligt een enorm grote bergketen. Midden in dit gebergte, gingen de Inca’s zich rond 1200 vestigen. Na de veroveringen bevatte het rijk het huidige Ecuador, Peru, het grootste deel van Chili ten noorden van de rivier Maul, een klein stuk van Bolivië en Noordwest-Argentinië.

Kaart Incarijk

In het begin van de 16de eeuw leefden er wel 8 miljoen Inca’s in het rijk.

Wereld van de Inca’s

De Inca’s noemden hun wereld Twantinsyu. Dit betekent letterlijk ‘land van de vier verenigde gewesten of windstreken’. Cuzco was de hoofdstad en het middelpunt hiervan. In het noordoosten ten opzichte van Cuzco, lag het gewest Antisuyu. Dit was het kleinste gewest en het enige dat niet aan de Stille Oceaan grensde.

Kaart met de vier windstreken of gewesten.

In het noordwesten tot aan de noordelijke grens van het rijk lag Chinchaysuyu. Ten zuiden en westen van Cuzco lag Cuntisuyu het op één na grootste gewest en in het zuidoosten lag het grootste gewest, Collasuyu.

Schematische tekening van het land van de 4 windstreken of gewesten.

 Klimaat

In het rijk van de Inca’s heersten alle mogelijke klimaatsoorten en allerlei landschappen. Er waren droge woestijnen maar ook oerwouden. De gemiddelde jaartemperatuur kon in het noorden wel tot 27° gaan terwijl het in het zuiden onder nul was. In het hele gebied van de Andes werden klimaatverschillen vooral veroorzaakt door de hoogte. Zo viel de neerslag in lichte mate in de hooglanden terwijl in de junglestreken echte stortbuien vielen.

Doorsnee Andesgebied van west naar oost met schema van natuur en klimaat.

Het rijk kon in drie geografische hoofdzones verdeeld worden.

Zone 1

De eerste zone is de warme, westelijke woestijnstrook die aan de Stille Oceaan grenst. Deze kustwoestijn loopt langs bijna de hele lengte van het gebied, behalve in enkele gedeelten van Ecuador waar de jungle tot aan de kust opdringt.

Zone 1

De woestijnstrook wordt in toenemende mate droog en onvruchtbaar in Chili waar hij zich tot in de hooglanden uitstrekt. Het klimaat van deze zone wordt beïnvloed door de koude Humboldtstroom die langs de kust stroomt en mist veroorzaakt die maandenlang boven de woestijn blijft hangen en zo afkoeling teweegbrengt.

De fauna van de kustwoestijn bestaat uit hagedissen, vossen en velduilen.

De bewoners van de kuststrook hebben geleerd om grote irrigatiesystemen aan te leggen, waarbij ze gebruik maakten van bronnen die hoog gelegen waren in de rivierdalen om hun akkers van water te voorzien. Daarnaast leerden ze ook om tot grondwaterstand verdiepte velden aan te leggen.

De meest verbouwde gewassen aan de kust waren katoen, limabonen, pompoenen, chilipeper, pinda’s kalebassen, avocado, maïs en guave, een soort van appel- of peervormige zware bes.

 Zone 2

Zone 2 is de geografische zone van de hooglanden. Deze bestaat uit de gelijklopende bergen/ketens van het Andesgebergte die zich van Colombia tot in Chili uitstrekken. De warmere valleien met een gematigd klimaat en de dalen in de hooglanden, boden middelen van bestaan aan de landbouwers. Kudden alpaca’s, lama’s en vicuña’s hoedde men op de koude hoogvlakten daartussen.

Er waren heel wat soorten gewassen in de hooglanden. Maïs, chilipeper en pompoen groeiden vooral in de lagere stukken van de hooglanden.

Bepaalde aardappelrassen konden tot op 4000 meter hoogte geteeld worden. Voor de rest groeide er op deze hoogte enkel lage grassoorten en struiken die gebruikt werden om de dieren te voederen.

Zone 2

Enkele rivieren in de Andeshooglanden hadden geen uitweg naar zee en hadden grote zoutmeren die soms een enorme oppervlakte hadden.

De meeste meren zijn vandaag de dag uitgedroogd en tot woestijnen herschapen. Enkele voorbeelden hiervan zijn de woestijnen van Noord-Chili, West-Bolivia en Noordwest- Argentinië.

 Zone 3

De derde zone is het junglegebied. Dit gebied kan je in twee soorten opdelen.

De eerste soort is het overgangsgebied tussen de hooglanden en de montaña; de eigenlijke jungle. Dit bestaat uit hoger gelegen, beboste hellingen in het oosten die vaak nogal mistig zijn. In dit gebied leven er heel wat herten, beren en jaguars.

De tweede soort is de selva; een regenwoud. Dit omvat heel wat moerassen en insecten. Het wordt doorsneden door brede, langzaam stromende rivieren.
In het regenwoud leven heel wat miereneters, apen, boa’s, bisamzwijnen…

Zowel in de montaña-valleien als in de selva konden er heel wat gewassen, speciale groenten en fruit geteeld worden.

Zone 3

Bronnen:

JONES D.M., Inca’s, p. 30-31

KENDALL A., Everyday life of the Inca’s, p. 12-15

MALAM J., Sporen uit het verleden: De Inca’s, p. 6-7

Afbeelding kaart Inca-rijk: MALAM J., Sporen uit het verleden: De Inca’s, p. 6

Kaart gewesten: http://wilson2011.wikispaces.com/Mayas,+Olmecs,+Aztecs,+and+Incas

Afbeelding schematische tekening: JONES D.M., Inca’s, p.31

Afbeelding  doorsnee Andesgebied: KENDALL A., Everyday life of the Inca’s, p. 14

De Humboldtstroom is de belangrijkste oceaanstroom van Zuid-Amerika. Deze stroomt vanuit het zuiden van Chili langs de westkust van Zuid-Amerika. De stroming veroorzaakt door opwelling van voedingsstoffen een rijk zeeleven.   Deze stroom is vernoemd naar Alexander von Humboldt (1769-1859), een ontdekkingsreiziger en onderzoeker.

Een zoutmeer is een binnenmeer zonder uitstroomdebiet. Deze meren werden vaak gebruikt voor zoutwinning.