Economie

De Inca’s waren op verschillende vlakken zeer vooruitstrevend. Men deed aan landbouw, veeteelt, beoefende verschillende ambachten… Heel wat producten
werden vervaardigd voor eigen gebruik of voor de opslagplaatsen. Men moest ook belastingen ‘betalen’ aan de Sapa Inca door goede producten bij hem af te leveren. Wanneer men overschotten had, kon men deze zelf verhandelen. Hetzelfde gold voor de ambachten.

Op markten of ‘catus’ werden allerlei verschillende producten geruild. Omdat de Inca’s geen geld kenden, deed men aan ruilhandel. Soms werden er wel bepaalde stoffen of producten die zeer gewild waren als betaalmiddel gebruikt. Zo gebruikten sommige ayllus bijlkoppen van koper, zout of cocabladen als ruilmiddel.

Landbouw

Landbouw was een zeer belangrijke activiteit bij de Inca’s. De elite kon een eigen stuk grond hebben, dat van vader op zoon werd doorgegeven. Mensen die niet tot de elite behoorden maar een dappere daad of iets anders verricht hadden dat ten goede van de Sapa Inca kwam, konden als beloning ook een stuk grond krijgen.

Daarnaast had elke gemeenschap ook een stuk land dat groot genoeg was voor heel de bevolking. Men telde het aantal gezinshoofden en de gezinsgrootte om de stukken grond eerlijk te verdelen. Theoretisch gezien behoorde dit stuk grond nog steeds toe aan de Sapa Inca maar de ayllus bewerkten dit als belastingsbijdrage en mochten in ruil hiervoor op het stukje land wonen.  Uiteraard mochten de ayllus een klein deel van de oogst houden om te overleven.

De stukken grond die rechtstreeks van de Sapa Inca of van de elite waren, hadden voorrang om bewerkt te worden.

Omdat de Inca’s geen geld kenden, werd er tussen de verschillende stammen aan goederenruil gedaan. Controleurs keken eerst toe of men wel genoeg producten op overschot had voor men mocht ruilen. De eigen stam mocht immers niet in de problemen geraken!

Men deed regelmatig aan landbouwrituelen. Het was belangrijk om de goden tevreden te houden. De Inca’s geloofden ook dat als een oogst mislukt was, de goden heel erg boos waren.

Terrascultuur

Heel wat grond was moeilijk om te bewerken. Op de plaatsen waar genoeg regen viel, liep de grond zo steil af dat die onbewerkbaar was omdat de grond wegspoelde. Waar het land wel vlak genoeg was, viel veel te weinig regen.

Daarom hadden de Inca’s twee technieken bedacht om meer grond beschikbaar te stellen voor de landbouw. De meest bewonderingswaardige techniek was de aanleg van terrassen op heuvels. Hierdoor veranderden zij de steile hellingen in enorme stenen trappen met vlakke akkers als treden. Er kwam meer land voor landbouw vrij en de grond spoelde niet meer weg.

Een andere techniek was het aanleggen van greppels om het land te bevloeien.

Terrasaanleg.

Veeteelt

De belangrijkste dieren die gefokt werden, waren de verschillende soorten lama’s zoals de alpaca’s, vicuña’s en guanaco’s.  Deze dieren behoren tevens bij de kameelachtigen. Ze werden allemaal voor verschillende doeleinden gebruikt. Lama’s werden vooral als trekdier gebruikt. Er waren zowel wilde als tamme kudden. De vicuna’s en guanaco’s werden vooral gebruikt omwille van hun wol. Men schoor deze dieren jaarlijks of tijdens jachtpartijen. Het allerbeste wol was die van de vicuña; die was vooral bestemd voor de elite.

lama.

De kudden werden toevertrouwd aan herders. Zij waren verantwoordelijk voor al de dieren en woonden op weiden met hun gezin. Ze werden voorzien van voedsel, drank en alle andere levensbenodigdheden want ze bewaakten en verzorgden de dieren immers voor de regering. Wanneer een herder stierf, kon één van zijn zonen zijn taak overnemen. Ook de gewone boeren konden een lama temmen tot huisdier.

Zij bezaten echter geen kudden. De lama’s waren gewild voor hun wol bij het gewone volk. Daarnaast werden ze ook gebruikt als trekdier op het veld.

De dieren die bestemd waren voor de keizer, de gemeenschappen en de tempels, werden afzonderlijk onderhouden. De dieren die bestemd waren voor de elite waren immers belangrijker.

Een herder moest op twee belangrijke dingen letten wanneer hij zijn dieren verzorgde;

Wanneer één van de dieren schurft of caracha zou oplopen, dan moest dit meteen gedood en begraven worden. Daarnaast mocht er in geen geval een vrouwelijk dier geslacht worden bij offers, tenzij het schurft zou hebben.

De wol die geproduceerd werd, werd vaak gewisseld met producten zoals maïs en chilipeper (producten van de kust).

Vissen en jagen

Vissen

Er werd vooral gevist rond het Titicameer en aan de kust.

Titicameer.De vissersgebruikten koperen vishaken en een net. Men kende ook heel wat technieken om meer vis te kunnen vangen. Zo legde men dammetjes langs de kust om de vissen tussen twee getijden te kunnen vangen. Daarnaast gebruikte men ook grote netten, getande vissperen… Getande visspeer.Visser met groot net.

Jagen

Iedereen die wilde jagen, moest toestemming vragen aan de Sapa Inca. De jachtvergunning die de bevolking kreeg, was geldig in bepaalde seizoenen. Inca’s gingen vooral jagen voor meer vlees en voor wol. Dieren zoals de lama,  die men voor de wol nodig had, liet men meestal leven. Ook hier was het verboden om vrouwelijke dieren te doden. Om de dieren te vangen gebruikte men slingers, vanglussen of een val.

Men jaagde ook op vogels omwille van hun veren. Deze ving men met een speciaal net.

Mit’a plicht

Elke man tussen de 25 en 50 jaar moest in totaal vijf jaar handwerk geleverd hebben voor de regering. Dit noemde men de mit’a plicht/dienst. Men kon in het leger, op de arbeidsdienst, in de mijnen of bij de bouwprojecten terechtkomen. Elke man moest de Sapa Inca persoonlijk gediend hebben. Dit soort werk behoorde ook tot belastingwerk.

Bedienden

Er waren heel wat bedienden in dienst om te werken in de huizen van de Sapa Inca en de adel. Het aantal bedienden dat men kreeg, was afhankelijk van de rang waartoe men behoorde. De taken van de bedienden varieerden enorm. Er waren vegers, waterdragers, koks, opzichters, portiers, kamerpersoneel… De bedienden konden dagen, weken of zelfs maanden aan het werk zijn. Dit telde ook als belastingsbijdrage van zijn/haar dorp wanneer het werk goed gedaan werd. Wanneer er een taak niet goed uitgevoerd werd, werd heel de gemeenschap waartoe de bediende behoorde, gestraft.   Afhankelijk van het belang van de taak die niet goed uitgevoerd werd, werd er bepaald hoe zwaar de straf zou zijn.

Ambachten

Handwerkers

De speciaal bevoegde handwerkers zoals goudsmeden, edelsmeden, timmerlieden, buitengewoon goede wevers… woonden in de steden. Zij vervaardigden luxeproducten en werkten rechtstreeks voor de elite en hoofdzakelijk voor de Sapa Inca, de belangrijkste priesters, gouverneurs en curaca’s. Zij moesten geen belastingen betalen en waren in volledige dienst bij de elite. Ze kregen alles wat ze nodig hadden ( voedsel, drank… maar ook hun materiaal voor hun werk!) De handwerkers gaven hun werk door van vader op zoon. Wanneer de vader stierf, kon de zoon zijn baan overnemen zonder deze te verliezen.

Gouden masker.

Zilver beeldje.

Metaalbewerking

Inca’s kenden vooral koper. Hier maakte men wapens en gereedschappen van. Ze kenden geen ijzer want dit kwam niet in zuivere staat in de bodems waar ze leefden voor. Men vond wel metaalertsen, zoals hematiet en meteorisch ijzer die ook tot wapens of gereedschappen vervaardigd konden worden . Daarnaast haalden de Inca’s ook koper, tin, zilver en goud uit de bodem. Het goud en zilver ging altijd meteen naar de regering.

Mijnbouw

Wanneer iemand in de mijnen moest werken (mit’a dienst), werden zijn akkers nog steeds bewerkt door mannen die in dezelfde ayllu woonden.  Men werkte gedurende vier maanden van het jaar, vanaf de middag tot zonsondergang in de mijn. Omdat dit zeer zwaar werk was, werden er heel wat mannen ziek. In geval van ziekte mocht men meteen naar huis en werd iemand anders opgeroepen.

Aardewerk

De Inca’s waren zeer goede pottenbakkers. Het aardewerk dat ze maakten was niet alleen praktisch maar ook mooi. Alle potten die vervaardigd werden, werden met de hand of met behulp van een mal gemaakt. Wanneer de potten gedroogd waren, schuurde men de buitenkant glad zodat deze zou blinken. Het aardewerk voor de gewone bevolking zag er vrij sober uit terwijl deze voor de rijken rijkelijk versierd werd. Na de versiering werden de potten gebakken zodat ze hard en waterdicht waren.

beeldje van aardewerk.Aarde beker.

Textiel en weven

Wanneer alle dieren geschoren waren, werd de wol verdeeld onder de verschillende leden van de ayllu. Men gebruikte de wol van lama’s en alpaca’s om draden te spinnen. Ook de wol van de vicuña werd gebruikt. Dit was de zachtste en meest kostbare wol  en werd vooral voor de elite gebruikt. Er zijn niet veel stukken stof bewaard gebleven, maar men kan toch vaststellen dat de Inca’s experts waren op vlak van weven.

Wevers.

Men maakte verfstoffen van bladeren, planten, insecten en bessen. Daar werden alle draden mee geverfd. Leden van de koninklijke familie kregen felgekleurde kleren, bedrukt met prachtige patronen. Ter versiering bracht men soms ook veren, schelpjes en goud aan.

Goud zoeken

Goud was enorm belangrijk voor de Inca’s. Ze geloofden dat het de tranen van de zon was. Er werd vooral op de bodem en in de bedding van rivieren gezocht. Men maakte bladgoud dat verwerkt werd in sieraden en voorwerpen die bij de religieuze plechtigheden gebruikt werden. De Inca’s hebben heel wat mooie dingen vervaardigd uit goud. De Spanjaarden hebben jammer genoeg heel wat voorwerpen overgebracht naar hun land en het daar omgesmolten.

Wegen en bruggen

Inca’s waren zeer bedreven in het aanleggen van allerlei verbindingen tussen de verschillende steden. Sommige wegen konden zelfs duizenden kilometers lang zijn en langs bergen en wouden gaan. Naast de goed aangelegde wegen, bouwde men ook stenen en houten bruggen om rivieren en kloven te kunnen overbruggen.

Brug.Wegen door de bergen.De zwarte lijnen zijn de wegennetten in het Incarijk.

Soorten vervoer

Vlot

Om sommige goederen te verplaatsen over rivieren of meren, gebruikte men vlotten. Deze werden van riet en stevig hout gemaakt.

 Lama

De lama werd ingezet om allerlei producten en goederen te transporteren. Het dier kon 20 km per dag afleggen en kon wel 45 kg aan bagage meenemen. Een lama kon vrij gewillig zijn wanneer men het dier goed behandelde, maar het kon ook vrij koppig zijn. Wanneer de last te groot werd, ging de lama gewoon liggen tot hij weer zin had om verder te trekken.

Boodschappers

Boodschappers zorgden ervoor dat de communicatie tussen de verschillende steden vlot verliep. Men noemde hen ook wel de ‘chasqui’ of snelle koeriers. Het waren mannen tussen de 18 en 25 jaar die deze taak op zich namen. Het was verbazingwekkend hoe snel ze een boodschap konden overbrengen.

Er bestonden ook een soort van poststations; ‘tampu’s’ om tot rust te komen. Omdat de afstanden die afgelegd moesten worden vaak te lang waren, werden ze onderweg afgelost door andere boodschappers. Om ervoor te zorgen dat de volgende boodschapper al klaarstond, kondigden ze zichzelf aan met trompetten. Zo verloren ze geen tijd. Wanneer de chasqui hun boodschap te laat hadden afgeleverd, kregen ze de doodstraf.

De poststations en boodschappers waren ook controleurs. Het was immers verboden voor de bevolking om zich zonder toestemming te verplaatsen over de wegen.

Bronnen:

KENDALL, A. Everyday life of the Inca’s, p. 132-150
MALAM, J. ‘
Sporen uit het verleden: De Inca’s, p. 20-21,
WOOD T.,
De Inka’s, p. 26-27, 38-41
Er geen juiste informatie terug te vinden omtrent de verhoudingen in de ruilhandel.

Greppels zijn lange uitgegraven beekjes in akkers of weilanden.
Afbeelding terrasaanleg, Internet, (http://www.patriesvanelsen.nl/patries.html)
Afbeelding lama: internet (
http://dierennet.be/soortenDetail.php?id=217)

Kaart Titicameer: internet (http://athahualpa.wordpress.com/2008/03/23/het-titicacameer-operatiegebied-van-de-boliviaanse-strijdkrachten-ter-zee/)
Afbeelding gouden masker: MALAM J.,
Sporen uit het verleden De Inca’s, p. 20
Afbeelding zilver beeldje: WOOD T.,
De Inka’s, p. 27
Afbeelding aarde beeldje: WOOD T.,
De Inka’s, p. 26
Afbeelding aarde beker: MALAM J.,
Sporen uit het verleden De Inca’s, p. 21
Afbeelding wevers: WOOD T.,
De Inka’s, p. 27
Afbeelding brug: WOOD T.,
De Inka’s, p. 38-39
Afbeelding wegen door de Bergen: MALAM J.,
Sporen uit het verleden: De Inca’s, p. 27
Kaart wegennetten: MALAM J.,
Sporen uit het verleden: de Inca’s, p. 6
Afbeelding vlot: KENDALL A.,
Everyday life of the Inca’s, p. 148
Afbeelding lama: WOOD T., De Inka’s, p. 26