Dagelijks leven

Het dagelijks leven van de bevolking bij de Inca’s varieerde enorm. Dit was afhankelijk van de klasse waar men toe behoorde. Er was ook een verschil wanneer je man of vrouw was.

Een dag uit het leven van een volwassen man

De meeste mannen deden aan landbouw of akkerbouw. Ze hadden een vrij zwaar leven en moesten hard werken. Iedereen at tweemaal per dag. Rond 8 à 9 uur ‘s morgens en ongeveer twee uur voor zonsondergang. Hun voedsel was vrij sober.

Naast de landbouw moesten de mannen ook helpen op de grondgebieden van de Incakeizer om gemeenschapsprojecten uit te voeren, bijvoorbeeld tempels bouwen. Wanneer men tussen de 25 – 50 jaar was, konden de mannen voor in totaal 5 jaar dienst opgeroepen worden. Daardoor kwamen ze in het leger, de mijnen of de arbeidsdienst terecht. Werd iemand opgeroepen dan bewerkten de achterblijvers zijn stuk veld.

Na de arbeid op de velden, hadden de mannen nog genoeg werk. Binnen een ayllu  (stam, leefgemeenschap) bouwden de mannen huizen voor pasgetrouwde koppels en moesten ze al het schoeisel voor hun eigen gezin maken.

Als een man 50 jaar was, werd deze als een bejaarde beschouwd. Vanaf dan waren ze niet meer geschikt voor de normale arbeid. Toch waren ze nooit helemaal ‘gepensioneerd’. Ze moesten nog lichte werkzaamheden verrichten. Hout sprokkelen, op de kinderen letten, maaltijden bereiden, assisteren bij het binnenhalen van de oogst, touw vlechten, luizen vangen… waren taken die ze toegewezen kregen.

Aan de invaliden gaf men ook werk. Hun taken waren natuurlijk niet zo zwaar. Ze moesten katoen zuiveren van zaadjes, maïs pellen…

Een dag uit het leven van een volwassen vrouw

Net zoals de man, moest de vrouw ook hard werken. Ze moesten hun echtgenoot op de akkers helpen, de kinderen opvoeden en alles in het huishouden doen.

Wanneer de man dienstplicht had, moest de vrouw al het noodzakelijke werk zelf verrichten. Ze konden geen enkele taak verwaarlozen want ze werden gecontroleerd door inspecteurs. Deze controleerden of ze hun huis wel netjes hielden, de kinderen goed opvoedden… Naast al deze taken hielden ze zich ook nog bezig met spinnen en weven.

Vrouwen uit de hogere klassen moesten ook voor hun eigen huis zorgen. De allerbelangrijkste vrouwen (bijvoorbeeld de vrouw van de Sapa Inca) hadden wel dienstmeiden. De rijkere vrouwen hadden het niet zo zwaar want want daar hadden de mannen vaak meerdere echtgenotes per gezin. Ook deze vrouwen sponnen.

Wanneer een vrouw zwanger was, werd haar nog steeds geen rust gegund. Pas in het laatste stadium van haar zwangerschap kon ze worden vrijgesteld van zware arbeid op het land. Zolang haar lichaam het toeliet, bleef men van haar verwachten dat ze haar huishoudelijke taken goed bleef uitvoeren.

Voeding

De gewone bevolking at vrij sober. Hun maaltijden bestonden meestal uit maïs, gedroogde aardappelen, tomaten, radijzen, bonen… en soep. Men kon het zich niet veroorloven om elke dag vlees te eten. Wanneer ze toch een stukje konden eten, vaak tijdens een plechtigheid, aten ze vooral cavia – en lamavlees. Men at gewoon op de grond want men had geen tafels of stoelen. Man en vrouw gingen rug tegen rug zitten om elkaar zo wat te ondersteunen.

Schaal met gedroogde aardappelen.

De koninklijke familie en de adel aten verschillende soorten vlees, vis en tropische vruchten. Zij konden hun eten vaak ook wat lekkerder maken door er kruiden aan toe te voegen.

Al het voedsel dat klaargemaakt werd, werd in de open lucht gekookt in aarden potten. De adel kreeg hun eten geserveerd in zilveren of gouden schotels.

Chicha, maïsbier werd zowel door de rijken als de gewone bevolking heel veel gedronken. Men at tweemaal per dag; ’s morgens om acht à negen uur en ’s avonds ongeveer twee uur voor zonsondergang.

Kruik waar men zowel water als chicha kon bewaren.

Ontspanning

De Inca’s kenden een hard bestaan. Ze moesten zware arbeid leveren en de meesten hadden het niet breed. Toch werd er tijd vrijgemaakt voor ontspanning. Men zag sport en spel niet als iets belangrijk omdat de Inca’s zich vooral richtten op de arbeidprestaties.

Bij de elite vonden er elk jaar atletiekwedstrijden plaats. De jongens moesten hardlopen, schijnvechten… Zo moesten ze hun sterkte, moed en uithoudingsvermogen tonen. Daarnaast vonden er ook koninklijke jachtpartijen plaats. Alle mannen (ook de mannen die niet tot de adel behoorde), moesten heel het terrein afsluiten door een kring te vormen. Ze sloegen op bomen om lawaai te maken en schreeuwden zo luid als ze konden. Het was de bedoeling dat ze zo alle dieren naar het middelpunt van het terrein verdreven waardoor ze daar alle mannelijke dieren konden doden. Deze jachtpartij was enerzijds voor vermaak en anderzijds voor de economie.

Het gewone volk kende nog een andere vorm van ontspanning. Omdat zij zichzelf al elke dag moesten bewijzen tijdens de dagelijkse arbeid, konden zij zich ontspannen door te dansen op feesten en met spelen.

Kinderen hielpen ook al van kleins af aan mee in het huishouden, op het veld… De meeste van hen hadden eenvoudig speelgoed en kenden ook een paar spelletjes. Een voorbeeld van zo’n eenvoudig speeltuig was de ‘pisqoynyo’. Dit was een soort van tol die men met een zweep aan het draaien kon brengen.

Spelend kind met de pisqoynyo.

Bij een aantal spelletjes, die ook door volwassenen gespeeld werden, werden dobbelstenen gebruikt. Deze toonden de getallen 1-5 en werden vaak uit hout of aardewerk gemaakt. Tijdens sommige spelletjes werd er onderling gegokt voor kleren, dieren… Zo was er een spelletje waar men bonen moest verplaatsen. De verplaatsing van de boon was afhankelijk van het cijfer dat je gooide met de dobbelsteen.

Er wordt vermoed dat deze twee bewerkte stenen, speelborden waren. Het kunnen echter ook bouwmodellen geweest zijn.

Verzorging en uiterlijk
De meeste Inca’s hadden een geelbruine of roodbruine huid en donkere ogen. Hun haar was lang, sluik en zwart en ze hadden weinig lichaamsbeharing. Ze hadden erg brede schouders en diepe borstkassen. Dit was ideaal om een grote hoeveelheid zuurstof te verkrijgen uit de ijle berglucht. Heel erg groot waren ze niet. De meeste waren klein of middelmatig groot maar men had wel heel sterke armen en benen.Inca’s vonden persoonlijke hygiëne erg belangrijk. Vooral de adel kon zich vaak baden in een lekker warm bad. Daarnaast was zindelijkheid ook erg belangrijk.Dit werd vooral bij de rijke bevolking als een prioriteit gezien. Bijna alle Inca’s hadden een vrij aantrekkelijk uiterlijk. Ze hadden vrij hoge jukbeenderen, brede wenkbrauwen, een brede mond, puntvormige kin en een ovaalvormig gezicht Men verwijderde alle lichaamsbeharing met een haartangetje.

Kleding

De meeste kleren werden uit wol van de vicuña of de alpaca vervaardigd. In de streken waar het warmer was, droeg men katoenen kledij. Er was een groot verschil tussen de kledij van de mannen en de vrouwen en de rijke en de arme bevolking.

Mannenkleren

Alle mannen droegen vanaf hun 14de een lendendoek. Dit was een basiskledingstuk dat gemaakt werd uit katoen of wol. Deze werd opgehouden door een wollen riem. Bij de rijke mannen was deze rijkelijk versierd met gouddraad en had deze een mooi patroon. De armere mannen droegen een éénkleurige riem zonder enige versiering. Daarnaast droegen de mannen een tuniek over hun lendedoek, de ‘onka’. Deze tuniek werd vaak gemaakt van alpacawol en leek op een poncho. De rijke mannen droegen onka’s die vervaardigd werden uit het allerbeste wol.In de bergen hadden de mannen ook een soort van mantel om rond zich de slaan wanneer het koud was. Dit noemde men een ‘yacolla’.
Zowel vrouwen als mannen droegen sandalen. Deze waren vastgemaakt met gevlochten wollen koorden. Men nam het leer van de hals van een lama om de zool te maken. De rijken versierde hun sandalen met gouden of zilveren maskers.

 Links een rijke persoon. Rechts een arme persoon.

 

 De cantuta-bloemen op deze onka, waren zeer populair. Nu zijn ze het nationale symbool van Peru.

Vrouwenkleren

Vrouwen droegen een enkellange tuniek; de ‘anacu’. Deze werd opgehouden met een sjerp. Daarover droeg men vaak nog een omslagdoek die men de ‘topo’ noemde. De topo werd vastgehouden om hun schouders met een speld of werd gewoon dichtgeknoopt. Zo hadden de vrouwen hun armen nog vrij. Bij de rijke vrouwen was dit een speld vervaardigd uit goud, brons, zilver of koper terwijl het bij de gewone, armere vrouwen een speld was die vervaardigd was uit botten.

De mantels waren bij de rijke vrouwen rijkelijk versierd en hadden de meest prachtige kleuren die vaak afgewerkt werden met gouddraad. De mantels werden van het beste wol gemaakt terwijl de topo’s van de armere vrouwen éénkleurig waren en amper versierd werden.

Vrouw met dichtgeknoopte topo.

Vrouw met een dichtgespelde topo.

topospeld.

Haartooi

Vrouwen droegen hun haar meestal los in een middellijn. Daarnaast vlochten ze hun haar ook of staken ze het met een speld op. Deze speld was ook vervaardigd uit goud, zilver… afhankelijk van hun status.

 Sieraden

Zowel mannen als vrouwen droegen sieraden. Deze gaven weer hoe belangrijk een persoon was. Gewone vrouwen droegen heel vaak gewone spelden en kettingen die van schelpen of beenderen gemaakt waren terwijl de sieraden van vrouwen die tot de adel behoorden hun sieraden meestal uit goud bestonden. Bij de mannen gaven de sieraden hun rang weer.

Gouden sieraden.

Legeraanvoerders en krijgers kon men herkennen aan de metalen schijven die men rond hun hals droeg. Deze kregen ze als beloning wanneer men zijn dapperheid getoond had. De hoogste gezagdragers, droegen brede armbanden die uit goud of zilver vervaardigd waren.

Ook dit schild konden de krijgers omwille van hun dapperheid krijgen.

Brede armband.

Wie tot de adel behoorde, kon men vaak herkennen aan hun grote oorknoppen. Deze mannen kregen al van kinds af aan gaatjes in hun oren. Men rekte de gaten uit, tot ze zo groot werden dat er zelfs een ei in paste! Je kan deze vergelijken met de stretchings die de jongeren van vandaag dragen. De oorknoppen waren meestal goud maar ook hout of ander materiaal werd gebruikt om oorknoppen te maken. Hoe groter de oorknoppen van de man waren, hoe belangrijker hij was. Heel wat priesters werden ‘orejons’ genoemd, wat grote oren betekent omwille van hun grote oorknoppen. De Sapa Inca droeg wel de allermooiste en grootste oorknoppen omdat hij de belangrijkste persoon was.

Oorknoppen, afgewerkt met edelstenen.

Tijdens speciale gelegenheden versierden rijken hun sandalen, schouders en knieën met gouden maskers. Het haar en de hals werden opgesmukt met veren. Deze werden bij de rijken tijdens de speciale gelegenheden ook in hun kleren geweven.

De armen smukten hun sandalen en dergelijke op met beenderen, schelpen, stukjes hout…

Opvoeding

De moeder speelde een heel belangrijke rol bij de opvoeding van haar kind. Alleen zij bracht haar kind groot, tenzij ze ziek zou worden. Zowel arme als rijke vrouwen brachten hun kind met zo weinig mogelijk verwennerij groot. Ze namen hun baby nooit in hun armen of op hun schoot, zelfs niet wanneer ze deze eten moesten geven. Inca’s vonden het heel belangrijk om hun kinderen van kleins af aan al aan te leren dat het leven hard was. Door hen te verwennen zouden de kinderen zwak worden. Iedere ochtend wasten de moeders hun kind met ijskoud water en wikkelde hen in doeken.

Moeder legt haar baby ingewikkeld in zijn wiegje terwijl de andere kinderen aan het spelen zijn.

Om hen sterker te maken, werden ze heel vaak blootgesteld aan avondlucht of dauw. Men beweerde dat de ledematen van de baby sterker zouden worden wanneer zij zouden wennen aan de koude.  Gedurende drie maanden bleven de moeders hun kinderen in doeken wikkelen. Men geloofde dat als de armen eerder vrijgemaakt zouden worden, de baby’s zwakke armen zouden krijgen. De baby’s kregen ’s morgens, ’s middags en ’s avonds moedermelk. Daarnaast kregen ze niets anders te eten. Wanneer een baby tussendoor weende, negeerde de moeder deze gewoon. Het kind kreeg borstvoeding zolang de moeder melk had.

Wanneer het kind oud genoeg was, werd het uit zijn wieg gehaald. Men groef een gat in de grond waar het kind kon spelen zonder dat het zou kunnen weglopen. Er lag een doek in en een paar stukken speelgoed.

De poppen waar de kinderen mee speelden zagen er ongeveer zo uit.

Vanaf zijn tweede jaar kreeg het kind een naam. Deze werd tijdens de plechtigheid ‘Rutuchico’ gegeven. Rutuchico betekent letterlijk het afknippen van het haar.  Na de maaltijd van de plechtigheid knipte de belangrijkste man van de familie een haarlok af bij het kind. Het kind kreeg een geschenk in de plaats. Bij de zoon van de keizer werd dit ritueel wat anders gedaan. Ieder lid van de adel knipte bij hem een haarlok af. Hij kreeg dan mooie kleren, juwelen, goud… Wanneer de kinderen op hun veertiende in de pubertijd kwamen, werd hun naam al dan niet veranderd en definitief.

Deze ketting stond symbool voor de sterkte van een rijk kind dat stilaan volwassen werd.

Kinderen

Vanaf de kinderjaren moesten alle kinderen handwerk zoals, schoenen, gereedschap, eenvoudige kleren leren maken maar ook leren koken zodat ze hun ouders konden helpen in het dagelijks leven.

Jongens hielpen hun ouders met dieren verzorgen en het verjagen van dieren die schadelijk konden zijn voor hun akkers. Meisjes hielpen hun moeders in het huishouden met koken, naaien, schoonmaken en wassen. De kinderen van de rijken moesten ongeveer hetzelfde doen maar hun karweitjes waren lang niet zo vermoeiend.

Wanneer de kinderen in hun pubertijd kwamen, werd er een soort van ceremonie gehouden. Voor jongens was dit de huarachico en voor de meisjes de quicochico. Voor meisjes was deze alleen officieel wanneer men tot de adel behoorde.  De jongens ontvingen hun eerste lendendoek bij deze ceremonie omdat ze vanaf dat moment als volwassenen beschouwd werden. Bij meisjes werd de quicochico gevierd wanneer ze menstrueerden.

Na deze pubertijdsriten bleven zowel de jongens als meisjes thuis wonen om hun ouders te helpen. Dit deden ze tot ze zouden trouwen.

Huwelijk

Mannen trouwden wanneer ze 25 jaar waren. Vrouwen konden dit al vanaf hun 18de – 20ste jaar. Wanneer iedereen de huwbare leeftijd bereikt had, kwam er een functionaris die al deze personen naar voren riep. Elke man moest een vrouw kiezen. Wanneer er twee mannen voor dezelfde vrouw kozen, koos de functionaris zelf wie het meest geschikt was. Hij koos ook voor degenen die geen kandidaten hadden. De familieleden van de heerser trouwden meestal met een familielid. Zo hielden ze het koninklijk bloed zuiver.

Iedereen trouwde op één vaste dag per jaar. De deelnemers werden samengeroepen op het belangrijkste plein van hun stad. Familieleden van de koning werden door hemzelf in het echt verbonden terwijl de priesters dit bij de gewone bevolking deden.  Iedereen moest trouwen met een persoon uit hun eigen district. Het was verboden om op een andere plaats iemand te gaan zoeken.

Het pas getrouwde paar ging na zijn huwelijk in een nieuw huis wonen dat door leden van hun ayllu gebouwd werd. Ieder familielid bracht een voorwerp voor de huishouding mee als geschenk.

Voor pasgehuwde koppels die van adel waren, werd het huis gebouwd door de Mita-plichtigen. Zo konden er heel wat arbeiders op korte tijd een groot en mooi afgewerkt huis afleveren.

Gehuwd koppel.

Onderwijs

De meeste jongens die tot het gewone volk behoorden, kenden geen echt onderwijs. Zij leerden vaak een bepaald vak van hun ouders, zoals handwerk. Meisjes uit deze klasse konden wel gekozen worden om in kloosters les te krijgen van de mamacuna’s om een Zonnemaagd te worden. Hier koos men de mooie meisjes voor uit.

De zonen van de rijken waren verplicht om een opleiding van vier jaar in de  leerhuizen te volgen.  Zij kregen les over de Incapolitiek, de cultuur, de seizoenen… Daarnaast kregen ze nog filosofie, muziek, astrologie en poëzie.

Er waren geen boeken om uit te leren. Men gaf les door praktijk, dagelijks gebruik en ondervindingen te combineren.

Wonen

Huizen in de dorpen

De gewone bevolking woonde in een simpel klein huis. Het grootste deel van de dag was men aan het werk of buiten. Daarom was de woning van de Inca’s vooral een schuilplaats tegen de regen en de kou.

De huizen werden gebouwd met leemsteen en waren rechthoekig van vorm. Het dak werd ondersteund met houten balken en was bedekt met een dikke laag gras. Vaak had het huis maar één verdieping, één raam en één doorgang ( nr.4). Voor het raam hing men dan een wollen gordijn.

Binnenin had men maar één kamer. Daar at en sliep het hele gezin. De ‘vloer’ in het huis bestond uit aangestampte aarde. Er waren in de meeste huizen geen meubels aanwezig. Daarom werd al het materiaal aan haken omhoog gehangen (nr. 2). Krijgers hingen hun uniform en wapens aan deze haken op. Daarnaast holde men ook rotsen uit om hun voedsel of drinken in te bewaren (nr. 5). Sommige gezinnen konden zich stenen banken veroorloven, daar zette men beeldjes ter ere van de goden op. Het gezin sliep op lamahuiden, matten of wollen dekens.

 Huizen in de stad

De huizen in de steden waren groter dan die waar de arme mensen in de dorpjes in woonden. Deze hadden verschillende kamers en verdiepingen. (nr. 1) De ‘trap’ was een ladder die waarschijnlijk van touw gemaakt werd. De heersers hadden vaak ook meer dan één woning.

Sommige woningen waren in de lengte in twee aparte woningen verdeeld (nr. 3).

Bronnen:

Kendall A., De Inca’s, p. 77 – 81, p.83

Kendall A., De Inca’s, p. 81-83

Darcie Conner Johnston en James M. Lynch, Inca’s: heersers over leven en dood, p. 128-129

Afbeelding schaal met gedroogde aardappelen, Internet (http://www.machupicchu-inca.com/inca-food.html)

Afbeelding kruik: Internet, (http://inca.clubs.nl/nieuws/detail/86197_hoe-zat-de-economie-van-de-incas-in-elkaar)

KENDALL A., Everyday life of the Inca’s, p. 46

Afbeelding stenen spelborden: KENDALL A., Everyday life of the Inca’s, p. 45

KENDALL A., Everyday life of the Inca’s, p. 28-32

WOOD T., De Inka’s, p. 28-29

Afbeelding rijke Inca en arme Inca: WOOD T., De Inka’s, p. 28

Afbeelding stoffen onka: WOOD T. De Inka’s, p.29

Afbeelding gebloemde onka: WOOD T., De Inka’s, 29

Afbeelding vrouw met dichtgeknoopte topo: WOOD T., De Inka’s, p. 28

Afbeelding vrouw met dichtgespelde topo: KENDALL A., Everyday life of the Inca’s, p. 31

Afbeelding topospeld: Internet (http://www.museumkennis.nl/lp.rmv/museumkennis/i001491.html)

KENDALL A., Everyday life of the Inca’s, p. 31-32

WOOD T., De Inka’s, p. 28-29

Afbeelding gouden sieraad, schild, brede armband en oorknoppen, Internet, (http://www.peru-travel-confidential.com/inca-jewelry.html)

WOOD T., De Inka’s, p. 30

Afbeelding pop: Internet, (http://www.tribal-art.biz/product_info.php?info=p1326_SMALL-INCA-DOLL-Peru-INC-12.html&XTCsid=gtrezyhe)

Afbeelding ketting: Internet, (http://www.peru-travel-confidential.com/inca-jewelry.html)

Afbeelding gehuwd koppel: WOOD T., De Inka’s, p. 8

Woningen: WOOD, T., De Inka’s, p. 24-25